oprichten bv
In het laatste geval worden - ik verwijs verder naar wat hierover al is gezegd - de aandelen vooralsnog niet volgestort. Daarmee wordt gewacht tot (kort na de oprichting) het bedrijf verkocht wordt aan de oprichten bv. De aandeelhouder compenseert dan zijn stortingsverplichting met de vordering ter zake van de koopsom (na deze compensatie, die in dit geval geheel rechtsgeldig is, zijn de aandelen wel volgestort) en voor het resterende bedrag wordt de verkoper gecrediteerd in de boeken van de BV. Nog even de goodwill. Het kan geen kwaad nog eens te benadrukken, dat een overdracht aan een BV in elk opzicht de toets der vergelijking met een overdracht aan een ‘echte koper’ moet kunnen doorstaan. Verkoopt A zijn onderneming tegen een te hoge prijs (vraagt hij meer dan hij aan een derde zou weten te ontfutselen) dan is er sprake van een verkapt dividend. Dat klinkt wel erg avant la lettre, maar in theorie is deze uitdeling van winst mogelijk. Uitdeling van winst? En we moeten nog beginnen? Zeker, maar men kan anticiperen op toekomstige winsten. En verkoopt A de zaak tegen een te lage prijs, dan zal de inspecteur in het geweer komen. Hij zal stellen dat de gelijkschakeling van de som der jaarwinsten met de totale winst hem noopt tot verhoging van de aangegeven stakingswinst tot het bedrag dat volgens hem de waarde in het economisch verkeer representeert. Terzijde zij opgemerkt dat deze fiscale waakhonden een maatschappelijk niet te verwaarlozen functie vervullen.
Een moeilijk punt bij het oprichten bv is immers dat crediteuren van A akkoord moeten gaan met het feit dat hun vorderingen van debiteur verwisselen. Zij kunnen tegen deze innovatie bezwaar maken, en zullen zich willen vergewissen van de gegoedheid van de nieuwe schuldenaar, de bv. De enige civielrechtelijke controle op de realiteit van de inbreng is altijd gelegen in het feit dat de bezwarende overeenkomst (dat is de overeenkomst, waarbij besloten is dat de volstorting niet in geld zal geschieden maar door inbreng van het bedrijf - dus in natura) gehecht moet worden aan de akte van oprichting, die ter inzage gelegd moet worden in het Handelsregister. Door diverse bepalingen worden waarborgen gegeven tegen crediteuren benadeling. Behalve voornoemde kritische beoordeling door de fiscus van de goodwill kunnen genoemd worden: de inbrengresoluties, de Kapitaalbeschermingswet, de anti-misbruikwetten en de Wet op de Jaarrekening; zij waken mee. ‘Berekening van de goodwill bij inbreng in BV Omdat prijs = prijs, moet de goodwill erbij. Althans voor zover een derde daar ook voor betaald zou hebben. Nu een ‘echte’ prijs ontbreekt moeten we ons behelpen met een schatting, een berekening. De gebruikelijke berekeningswijze van de goodwill is dat eerst een genormaliseerde jaarwinst wordt gezocht Daar zijn verschillende methodes voor. Het is niet ongebruikelijk de winsten van de laatste drie jaren voorafgaande aan de inbreng in de BV te nemen en die, ofwel te middelen, ofwel anderszins te wegen.